Groene Specht // Foto: Collectie Natuurlijjk Delfland
Groene Specht // Foto: Collectie Natuurlijjk Delfland Foto: Natuurlijk Delfland

Natuurlijk Delfland - De groene specht

Algemeen

In januari zaten er twee groene spechten op de stam van een vrouwelijke es. Ze vielen al vechtend in de sloot, en vlogen net op tijd weer op uit het water en gingen allebei een andere kant op. Groene spechten leven in de winter solitair en keren in de lente terug naar dezelfde partner.

Groene spechten zijn bosbewoners en ze eten vooral rode bosmieren. Ze eten nu ook zwarte wegmieren, want ze hebben zich aangepast aan het leven in de stad. De poepjes van een groene specht lijken op een verbrande sigaret: een vlieslaagje aan de buitenkant en mierenresten aan de binnenkant. In de winter zijn er weinig mieren en eten ze ook andere insecten die ze onder de schors van bomen of in de bodem vinden. Soms eten ze lijsterbessen.

Groene spechten nestelen in zelf uitgehakte holtes in bomen met zacht of rottend hout, vooral berken zijn geliefd. Hun snavel is minder sterk dan die van andere spechten. Ze doen ongeveer een maand over het uithakken van een nestholte, het is een flink karwei. Ze houden het nest samen schoon en ze broeden om beurten. Na het uitkomen van de eieren zijn de jongen in drie weken zover dat ze uitvliegen. Ze worden dan nog wel een tijdje gevoerd door de ouders. Ze zijn echt schuw, dus verstoor het nest niet! Blijf op afstand staan en praat niet of héél zachtjes.

Door spechten verlaten nestholtes worden gebruikt door kleine holenbroeders, zoals koolmees, pimpelmees, ringmus en boomklever. Voor groene spechten is het belangrijk dat je géén mierenlokdoosjes gebruikt, want mieren zijn hun voedsel! Mierenlokdoosjes doden niet alleen mieren, maar raken indirect alle kleine holenbroeders. 

Groene spechten roffelen niet zoals andere spechten, ze ‘lachen’ wel heel vrolijk. Ze zitten veel in grasvelden, op de grond, op zoek naar mieren. Als ze opvliegen, zie je dat ze een golvende vlucht hebben. Groene spechten worden gemiddeld vijf jaar oud, maar kunnen tot vijftien jaar oud worden. Je kunt ze tegenkomen in heel Tanthof, langs de randen van Delft en ook veel in het Abtswoudse Bos.

Verder nieuws van Natuurlijk Delfland
Soort van het seizoen: dotterbloem en kleine karekiet. Zoek in april tot en met juni naar de dotterbloem en luister naar de kleine karekiet, maak foto’s en meld deze via oevers@knnv.nl, vermeld plek waar je ze gezien hebt. Wij publiceren deze in onze nieuwsbrief. Kom bij ons jaarthema Oevers!

Door // Laurien Bouw