
DOK Voorhof zet taalspel van studenten in bij lessen Nederlands
Cultuur TuDelftDoor // Floor Fortunati
Tijdens het laatste vak voor hun afstuderen, ontwikkelden studenten Eline en Xavier samen met drie andere studenten een taalspel voor anderstaligen, om op een laagdrempelige manier Nederlands te oefenen. Het spel, dat ‘Praat mee’ heet, is zo’n succes dat de bibliotheek het structureel wil inzetten tijdens Taalhuis DOK.
Aan tafel, tussen de boeken van de bibliotheek, leggen Eline en Xavier het spel uit. Het lijkt op een combinatie tussen ganzenbord en Party & Co. Met dobbelstenen bewegen spelers hun pion over het bord. Bij iedere stap hoort een kleur met opdrachtenkaartjes. Hierop staan simpele vragen, zoals: ‘Noem drie dingen die je koopt in de supermarkt.’ “Spelers lezen de vraag in het Nederlands en moeten ook in het Nederlands antwoorden. Vaak lukt dat niet, maar helpen ze elkaar. Zo komen ze samen een heel eind en leert iedereen nieuwe woorden.”
Spel als gespreksstarter
Het spel is nadrukkelijk niet bedoeld om te winnen, maar om een gesprek te starten. “Tijdens ons onderzoek kwamen we erachter dat er een grote groep mensen is die vrijwel geen Nederlands of Engels spreekt. Deze mensen raken geïsoleerd van de samenleving met eenzaamheid als gevolg. De taallessen helpen logischerwijs, maar we hadden ons verkeken op het leerniveau van de deelnemers. Sommige mensen hebben weinig educatie gehad of zijn gewend aan een ander alfabet. Dat maakt het leren van een nieuwe taal extra moeilijk. Het spel helpt door het leren leuk te maken en haalt de angst voor spreken weg.”
Nieuwe woorden en locaties leren
Behalve het leren van Nederlands wilden Xavier en Eline mensen ook bekendmaken met belangrijke locaties in Delft-West. “We hebben in verschillende workshops samen met deelnemers van de Nederlandse taallessen bij Stichting Stunt het spel gemaakt. Eén van de workshops ging over welke plaatsen in Delft belangrijk voor hen zijn. Zo hebben ze elkaar nieuwe plekken laten zien en hopen we dat ze een beetje uit hun isolement komen. Daarbij zijn de vragen in het spel heel gericht op die plekken. We hebben bijvoorbeeld vragenkaarten die specifiek over de zorg gaan, maar ook natuur, gevoelens en winkelen zijn thema’s die aan bod komen. Zo leren mensen spelenderwijs woorden die meteen van pas komen.”
Met handen en voeten
Het niet spreken van de taal vormde niet alleen een uitdaging voor de deelnemers, maar dwong de studenten ook om andere onderzoeksmethoden in te zetten. “We zijn zo gewend om met elkaar te praten om iets duidelijk te maken. Dat kon in dit geval niet. Bij onze workshops moesten we echt met handen en voeten werken. Door te doen lieten we zien hoe mensen konden aangeven dat ze iets goed (duim omhoog) of niet goed (duim omlaag) vonden. Met rode en groene stickers konden ze hun favoriete plekken in de wijken aangeven, zo hebben ze toch bijgedragen aan de ontwikkeling van het spel.”
Impact geeft meer voldoening dan een goed cijfer
Het originele spel ligt bij Stichting Stunt en is daar ook te spelen. De studenten maken nog drie spellen voor DOK. Ondertussen zijn ze druk bezig met afstuderen. “We werken aan ieder vak hard en meestal belandt het eindproduct ergens op een harde schijf en kijkt er nooit meer iemand naar. Het is echt tof dat we nu iets hebben gemaakt voor buurtbewoners waar ze mee geholpen zijn en dat ze ook echt gebruiken. De waardering van de deelnemers geeft veel meer voldoening dan een goed cijfer.”
Eline Boon en Xavier Kioe-A-Sen volgenden met hun mede studenten Drew Harris, Madelief de Bruin, Rian James McGrattan en Roos ten Cate het vak Co-creating Future Urban Environments, waarin samenwerking en co-creatie met buurtbewoners centraal staan.








