
De Geschiedenis van Tanthof - Deel XV
GeschiedenisIn Deel XIII eindigen de Middeleeuwen in de geschiedschrijving. We zagen dat de stad Delft in 1514 bij de landsheerlijke enquête gegroeid is naar zo’n tienduizend inwoners. Delft is daarmee in omvang de derde stad van Holland na Leiden en Haarlem en net zo groot als Amsterdam. Delft drijft op de handel in boter, kaas, bier en laken.
De Habsburgse tijd en de Tachtigjarige Oorlog(1500-1650)
Voorlopig wordt het bestuur in de Heerlijckheyt Abtsregt nog uitgemaakt door de abt van het Benedictijner klooster van Egmond. In 1534 zijn de rechten van de abt ter plaatse nog ten volle van kracht. Dit blijkt uit een gerechtelijke uitspraak van de baljuw en welgeboren mannen in het Abtsregt over het betalen door de buren van het beste pand aan de abt.
Naamsverandering van ‘De Heymwerf’ in ‘Het Slot’
Toch wijst de naamsverandering van de centrale boerderij in Abtsregt al op de grote veranderingen die gaan komen. De centrale uithof wordt onder de naam ‘De Heymwerf’, een naam die dateert uit de Frankische tijd, nog voor het laatst genoemd in 1387 in de rekeningen van het klooster. We weten dat op de kaart van Kruikius van 1712 deze boerderij de naam draagt van ‘Het Slot’. Dit betekent dat de naamgeving van het boerderijcomplex ergens tussen 1387 en 1712 is veranderd. De naamgeving van ‘Het Slot’ verwijst naar de gevangenis die op enig moment in de uithof is gebouwd. Wanneer deze gevangenis of kerker precies in de uithof is gebouwd is onbekend. De eerste keer dat de kerker wordt genoemd is in 1567 in de boekhouding van het klooster van Egmond. De kerker wordt dan op last van bisschop van Haarlem verstevigd. Dit is de abt-bisschop van Haarlem en Egmond Nicolaas van Nieuwland (1561-1570). Maar een schriftelijk bewijs van de naamsverandering in ‘Het Slot’ vóór de naamsaanduiding op de kaart van Kruikius van 1712 was tot voor kort niet voorhanden. Schriftelijke informatie van Frits van Leeuwen, die op zoek is naar genealogische gegevens over zijn familie, laat zien dat de naamgeving van ‘Het Slot’ in elk geval al rond 1650 gevestigd is. Het betreft een akte van ondertrouw uit het Gemeente Archief Delft van 6 november 1648 waarin beschreven wordt dat:
“Huijbrecht Cornelisz Perveen Jongeman woonende te Hodenpijl met Marijtge Pietersdr van Leeuwen jongedr woonende opt Slot in Abtswoude onder Abtsregt.”
Uit twee andere aktes van ondertrouw blijkt dat er nog meer Van Leeuwens in Abtsregt wonen. De tweede akte van 13 mei 1656 vermeldt de ondertrouw van:
“Jan Pietersz van Leeuwen jongeman woonende in Papsouw onder Abtsregt met Marijtge Gerritsdr Verhoorn woonende onder de Ambaght van Maasland.”
De laatste akte van ondertrouw van 11 oktober 1657 betreft:
“Cornellis Pietersz van Leeuwen jongeman woonende in Papsouw met Crijntje Pietersdr jongedoghter woonende in Vockestaert onder Hof van Delff”.
Afstammelingen van die familie Van Leeuwen wonen nu nog in het Tanthof.
Het jaar 1648 levert dus het eerste schriftelijke bewijs op van de naam ‘Het Slot’ voor de uithof van het Abtsregt. Maar de gevangenis van ‘Het Slot’ is dan al zo’n honderd jaar in gebruik. Zo geeft op 19 en 20 oktober 1542 het Hof van Holland beschikkingen, getekend respectievelijk door de griffier en secretaris van het Hof, op het rekest (verzoek) van Dirick Ouziersz, baljuw van Abtsrecht, en van de abt van Egmond om de schout van Delft te bevelen een zekere broeder Huyge, die de schout binnen het gerecht van Papswoude, genoemd Abtsregt, gevangen genomen heeft, uit te leveren aan de baljuw en de abt. Waarom de schout van Delft broeder Huyge gevangen heeft genomen vermeldt de beschikking helaas niet. Het wijst er wel op dat monniken in die tijd niet geheel van onbesproken gedrag waren. Zo laat in oktober 1567 abt-bisschop Van Nieuwland van Haarlem en Egmond enkele monniken opsluiten in de kerker van ‘Het Slot’. Ook hiervan is de reden onbekend. Mogelijk is het aanloop tot de Tachtigjarige Oorlog (1568- 1648) en de Reformatie, die hiervan de oorzaak is. In elk geval is deze oorlog tegen de Spaanse overheersing de oorzaak van het einde van de uithof ‘Het Slot’ en van de zeggenschap van de abt van Egmond over de Heerlijckheyt Abtsrecht. De uithof met zijn versterkte kerker volgt het lot van de Abdij van Egmond en wordt rond 1573 gesloopt op last van Prins Willem van Oranje. Net als het klooster Koningsvelt (1572), het Kasteel van Altena (1573) en het Huis Overvest (1574), die allemaal ten zuidwesten van de stad Delft lagen. Dit om de Spanjaarden te beletten die te gebruiken voor een belegering van Delft. De villa of uithof heeft dus bestaan van circa 1050 (de schenking van 19 hoeven ter weerszijden van de Delf door Floris I aan het klooster van Egmond) tot aan de verwoesting in 1573. Een periode van meer dan vijf eeuwen. De terp die nu nog zichtbaar is langs het Vietnampad bevat nog vele geheimen.
Enkele bronnen: Brouwer, A. en I. Vellekoop. Spaans benauwd; strijdende Geuzen en Spanjaarden in het Maaslandgebied 1568 - 1575, Vlaardingen, 1984 Hof, J., ‘De abdij van Egmond van de aanvang tot 1573’, Hollandse Studiën, nr. 5, Den Haag - Haarlem, 1973 Leeuwen, Frits van. Genealogie familie Van Leeuwen, Delft, 24 december 2005








