Vader en zoon Agirman in de bakkerij
Vader en zoon Agirman in de bakkerij Foto: Tamara Bertels

Bakkerij van Agirman

Ondernemers

“Weet je hoe een kapsalon is ontstaan?” vraagt Ortac Agirman met een glimlach. “Een kapper in Rotterdam bestelde altijd friet, vlees en kaas bij een broodjeszaak. Iemand hoorde dat en zei: ‘Doe mij hetzelfde als de kapsalon.’”
Het is een grappig verhaal. Want naast zijn eigen kapsalon werkt Ortac ook elke dag in Bakkerij Tanthof. De bakkerij is begonnen door zijn vader. Die had meer dan dertig jaar ervaring als bakker. Ze begonnen met een winkelpand dat toevallig vrij was. Nu is het een goed lopende zaak. Vader en zoon runnen de bakkerij samen.

De bakkerij
Bij binnenkomst komt de geur van versgebakken Turks brood (pide) je tegemoet. Achter de toonbank glinsteren schalen vol huisgemaakte baklava, maar ook allerlei verse ingrediënten voor op de broodjes. Bij Bakkerij Tanthof kun je veel verschillende dingen kopen. Er zijn Turkse pizza’s, goedgevulde broodjes kebab, baklava en natuurlijk de kapsalon. “We zijn niet zomaar een bakkerij,” zegt Ortac. “We gebruiken de smaken van de Turkse keuken. Maar je kunt ook bij ons iets eten voor lunch of diner.” De winkel is zeven dagen per week open. De tijden zijn ruim, dus je kunt er bijna altijd terecht. Kom je langs? Dan is de kans groot dat je ook een gezellig praatje krijgt. “We verkopen eten, maar ook een beetje gezelligheid,” zegt Ortac. “Dat vinden mensen fijn. Het maakt ons meer dan alleen een afhaalzaak.”

Succesverhaal
Wat de bakkerij speciaal maakt, is de sfeer. “We hebben klanten die al jaren komen. En er zijn mensen die zelfs terugrijden nadat ze zijn verhuisd. Alleen voor een broodje van ons. Dat vinden we echt leuk,” vertelt Ortac. Wat het geheim is? “Goede kwaliteit, gastvrijheid en een praatje over de toonbank.” Ze werken altijd met verse en halal producten. De zaak is ook goed bereikbaar voor mensen met een rolstoel. Iedereen is welkom.

Vaste gezichten in de wijk
Ortac en zijn vader zijn bekende gezichten in de buurt. “Mensen kennen ons. Ze groeten ons op straat of maken een praatje in de winkel. Sommigen noemen mijn vader ‘chef’. Zijn echte naam is moeilijk uit te spreken. Dat vinden we grappig én fijn. Dan weten we dat klanten ons waarderen.” Vader en zoon staan nog elke dag samen in de bakkerij. In de ochtend zal je vooral Chef aantreffen en in de avond zal vooral Ortac er staan.

Afbeelding

Door // Ildiko Wooning